Inmiddels woont Ben al 59 jaar in Nederland en zijn passie voor tuinieren is nooit verdwenen. De afgelopen negen jaar heeft hij een eigen plek bij Volkstuinvereniging De Vlashof. Daarvoor tuinierde hij drie jaar lang in een particuliere tuin, bij een oude dame. Toen dat stopte en zij uiteindelijk overleed, ging zijn dochter op zoek naar een nieuwe plek. Die vond ze – en Ben was meteen verkocht: ‘Mijn eerste indruk van deze tuin was meteen goed.’
‘Zolang ik kan, blijf ik tuinieren.’
‘Je mag je oogkleppen vooraan in de tuin laten hangen en gewoon even gedag zeggen, hoor!’
Contact met andere leden was in het begin niet altijd makkelijk. ‘Mensen liepen gewoon langs zonder iets te zeggen,’ vertelt Ben. ‘Dan zei ik met een lach: ‘Je mag je oogkleppen vooraan in de tuin laten hangen en gewoon even gedag zeggen, hoor!’. Die opmerking brak meestal het ijs, en er werd gelachen. ‘Ik merk dat niet iedereen makkelijk een praatje maakt – en dat hoeft ook niet. Je hoeft geen hele verhalen te vertellen maar gewoon even groeten, dat kan altijd.’ Inmiddels weten mensen Ben goed te vinden voor een praatje of een kopje koffie.
Ben doet meer dan alleen voor zijn eigen tuin zorgen. Hij heeft zich jarenlang ingezet als vrijwilliger: opruimen, onderhoud, en buren helpen waar nodig. ‘We doen het hier samen. Toen een buur ziek was, heb ik zijn groenten voor hem meegenomen en voor zijn tuin gezorgd. Zo hoort dat.’
De tuin betekent veel voor hem. De hele dag thuiszitten is niet goed voor de mens,’ zegt hij stellig. ‘Beweging, gezond eten uit eigen tuin, en elke dag even kletsen met anderen – dat maakt mensen blij.’ ‘En als iemand niet kletst, dan krijg ik ze wel zo ver,’ voegt hij lachend toe. Ben zingt zelfs elke dag een ander liedje voor de gewassen in zijn tuin. ‘Als de plantjes goed groeien, dan ben ik zo blij! En wij willen toch ook niet iedere dag hetzelfde horen,’ zegt Ben met een knipoog.
Thuis is Ben vader van acht kinderen en opa van acht kleinkinderen. ‘Ik ben dus niet getrouwd met de tuin, hoor,’ grapt hij. ‘Al zegt mijn vrouw soms van wel.’ Hij is blij dat hij elke dag buiten bezig kan zijn, tussen de planten en bloemen. Zijn grootste trots? Een eigen geënte pruimenboom. ‘Dat is heel goed gegaan!’ zegt hij stralend.
Hoelang hij dit nog blijft doen? Daar hoeft hij niet lang over na te denken: ‘Zolang ik kan, blijf ik tuinieren.’