Anneke en Helga wonen allebei in Dongen, maar kenden elkaar eigenlijk niet echt. Al wisten ze wel van elkaars bestaan en dat ze allebei Parkinson hebben. ‘Ik kwam Helga een keer tegen op straat en we raakten aan de praat. Natuurlijk over wat we hebben en hoe we daar tegenaan kijken. Een paar weken later kwam ik haar weer tegen en toen hebben we de koe bij de hoorns gevat.’
Helga had kort daarvoor kennisgemaakt met Frans. Op een verjaardag raakten ze met elkaar in gesprek en hij vertelde veel te weten over Parkinson. Vanuit zijn liefde voor sport en ervaring wilde hij graag een groep mensen met deze ziekte begeleiden.
‘Nou, één en één is twee, dacht ik meteen,’ vertelt Helga. ‘We zijn met z’n drieën gaan zitten. Frans wilde flyers uitdelen en deze verspreiden in Dongen. Toen kwamen er eigenlijk vrij snel aanmeldingen en nu hebben we echt een leuk clubje van zes. Zeven, met Frans erbij.’
‘Hij weet ons echt te motiveren, dat is zo leuk! Standaard sporten we buiten, in alle seizoenen,’ vertelt ze verder. ‘Er wordt gewerkt aan balans, kracht en coördinatie. Dubbeltaken zijn heel belangrijk om te doen voor ons.’
‘Dus je doet iets, ergens overheen springen bijvoorbeeld. En dan roept hij ondertussen: “Anneke, hoe heten de kinderen van Willem-Alexander?” Maar dan moet je wel doorgaan met wat je aan het doen was. Dat is echt moeilijk,’ legt Anneke lachend uit.
‘Het leuke is dat je zelf ook ideeën mag aandragen. Ik tennis en Helga doet aan hockey. Allebei hebben we onze clubs benaderd of we gebruik mochten maken van de banen. Frans zet dan een heel circuitje uit, hij bedenkt steeds weer wat anders. Hij pusht je nooit, maar daagt wel uit. Het gaat er niet om wie het beste is of wie het meeste kan. Het gaat erom dat je allemaal op je eigen niveau beweegt en probeert dat vast te houden. En er wordt veel gelachen!’