‘Werken, gezin, huishouden, en daarbuiten deed ik van alles en nog wat… Ik had het er maar druk mee,’ vertelt Angelique. ‘Samen met mijn man speelde ik ook in een band. Daarmee traden we regelmatig op. Daar kon ik zo van genieten!’ Tot ze steeds meer pijn kreeg in haar heup en onderrug. De klachten begonnen al voor een vakantie naar Thailand, maar werden daarna alleen maar erger. Lopen deed pijn, traplopen werd op een gegeven moment onmogelijk. Bij de huisarts werden onderzoeken aangevraagd: een echo, bloedonderzoek. Steeds kwam er niets uit. ‘In het begin voelde ik me nog wel serieus genomen,’ zegt Angelique. ‘Maar als er dan niks gevonden wordt, verandert dat. Op een gegeven moment kreeg ik zelfs te horen dat het tussen mijn oren zat!’
‘Ik heb het al die tijd gevoeld’
Ze wordt naar de fysiotherapeut gestuurd, maar de pijn blijft. ‘Ik voelde aan alles: dit klopt niet. Ik zit nooit bij de huisarts. Dan ga je toch twijfelen aan jezelf. Maar diep van binnen wist ik: er is echt iets mis.’ Haar man Martin gaat mee naar een volgende afspraak. Hij stelt de huisarts een simpele vraag: ‘Hoe vaak heb je mijn vrouw eigenlijk gezien in de afgelopen tien jaar?’ Dat gesprek, inmiddels maanden later na haar eerste bezoek aan de huisarts, blijkt een kantelpunt. Angelique krijgt eindelijk een verwijzing naar het ziekenhuis.
Daar gaat de zoektocht verder, maar wel met de vastberadenheid om de oorzaak van al die pijn te ontdekken. Er volgen nog meer onderzoeken, opnieuw wordt er bloed geprikt. Omdat ze net in Thailand is geweest, wordt gedacht aan een tropische ziekte. ‘Maar ik wist dat het dat niet kon zijn, ik had die pijn al voor de vakantie.’ Als ook daar niets uitkomt, denkt de internist aan een neurologisch probleem. Angelique wordt doorverwezen. De neuroloog laat opnieuw een echo en CT-scan maken. ‘Hij kon niets vinden, maar hij zag me wel lopen, aan de arm van mijn man. Ik liep scheef van de pijn. Hij wist zeker dat er echt iets niet in orde was. Dus de zoektocht ging verder.’
Twee dagen voor kerst gaat de telefoon. De neuroloog heeft zelf niks gevonden, maar de radioloog ziet wel iets op de scans. Of ze naar het ziekenhuis wil komen. ‘Dan wordt je nachtmerrie werkelijkheid,’ zegt Angelique. ‘Daar hoorde ik dat ik uitgezaaide borstkanker had, in mijn botten. Weet je, een mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest. En de angst om het te krijgen is bij mij altijd veel erger geweest dan de angst om het te hebben. Dat is echt zo stom. Op het moment dat je het dan te horen krijgt, valt er ergens een last van je schouders. Zie je wel, ik ben niet gek. Ik heb het al die tijd gevoeld.’
De manier waarop ze het slechte nieuws te horen krijgt, laat diepe sporen na. ‘Het kwam op mij over alsof er niks meer voor me gedaan kon worden. Alsof ik geen half jaar meer had. Dus ik ben maar van iedereen afscheid gaan nemen.’ Pas bij de oncoloog klinkt een ander verhaal. ‘Zij vertelde dat we eigenlijk nog niets weten! Eerst moet duidelijk worden waar de tumor precies zit, wat voor soort kanker het is en welke behandelingen er mogelijk zijn.’ Er blijkt een kleine tumor in haar borst te zitten, die met een normale mammografie niet zichtbaar is. ‘Ik vind ook echt dat de leeftijd naar beneden moet waarop vrouwen mee moeten doen met het bevolkingsonderzoek. Naar minstens 30, 35 jaar. Ik was nu nog te jong voor de bus, misschien was er dan wel al eerder wat ontdekt!’
Over de uitslag zei de oncoloog: “Dit is nog niet het begin van het einde. We gaan eerst kijken wat het is en wat we kunnen doen.” ‘Toen pas hoorde ik dat ik misschien nog wel járen voor me heb’, vertelt Angelique verder. ‘Dat is zó bizar, als je net weken hebt gedacht dat je bijna doodgaat. Dat kan ik de neuroloog ook maar moeilijk vergeven, de manier waarop hij het me in eerste instantie verteld heeft. Maar ik ben natuurlijk erg blij met het bericht dat ik nog tijd heb.’
De tumor blijkt een type waarbij immuuntherapie goed kan aanslaan. Angelique start met behandelingen en zware medicatie tegen de pijn. ‘Mijn oncoloog zegt altijd: veel mensen gaan niet dood aan de kanker zelf, maar aan de bijwerkingen van alle medicijnen. Soms voelt dat ook echt zo. Je krijgt er allerlei klachten bij.’
Inmiddels is Angelique ruim twee jaar verder. Iedere 14 weken zijn er scans, een paar dagen daarna volgt de uitslag. ‘Die periode ertussen… dan ga ik kapot,’ zegt ze eerlijk. ‘Maar de oncoloog heeft me geleerd om naar mijn gevoel te luisteren. Dat is je beste graadmeter, zegt ze. En ik voel me momenteel best goed. Dus ja. Ik ken mijn lichaam inmiddels als geen ander.’ Ze durft haar oncoloog niet te vragen hoe lang ze nog heeft. ‘Wat is “lang”? Drie jaar? Vijf? Als ik Google raadpleeg, wat ik eigenlijk niet mag van mijn man, lees ik over één tot vijf jaar. Dan denk ik; daar zijn er al twee van op! Maar verpleegkundigen vertellen ook over mensen die hier al tien jaar mee rondlopen. Ik hoop dat ik daar eentje van ben.’
‘Je leeft niet maar één keer, je leeft iedere dag. Je gaat maar één keer dood’
De ziekte verandert niet alleen haar lichaam, maar ook haar blik op het leven. ‘Mensen leven langs elkaar heen en kijken niet echt naar elkaar. Alles draait om werk, geld, status. Maar daar gaat het helemaal niet om. Laatst las ik deze zin; “Je leeft niet maar één keer, je leeft iedere dag. Je gaat maar één keer dood.” Die zin komt op mijn bidprentje,’ zegt ze rustig. ‘Want zo is het. Ik heb geen idee hoe lang ik nog heb, dus probeer ik van iedere dag iets te maken. Dagelijks schrijf ik met steekwoorden op waar ik die dag blij van werd. Dat kan iets heel kleins zijn: een kopje koffie in de zon, een glimlach van mijn zoon. Dat maakt me bewust van die momenten en houdt me met beide benen in het nu.’
Ondanks alles probeert Angelique ruimte te maken voor dromen. Sommige zijn al uitgekomen. Zo ging ze met haar gezin naar Zakynthos in Griekenland. ‘We gingen altijd all-inclusive op vakantie naar Turkije, maar nu hebben we een autootje gehuurd en zijn gaan rijden. Niks vooraf geboekt en besproken, maar gewoon rijden en zien waar je uitkomt. Het is één van de mooiste vakanties geweest die we ooit hebben gehad.’
Voor de toekomst heeft ze nog één grote wens met Martin… een reis maken: de Mississippi Blues Trail. Deze reis gaat van New Orleans naar New York, langs muzikale steden als Memphis en Nashville, samen met een kleine groep reisgenoten. ‘Ik speel zelf in een band en ben gek op muziek. De studio’s zien waar Elvis en al die oude helden hebben opgenomen… Dat lijkt me zó bijzonder. Ik hoop zó dat ik dat nog mag meemaken.’ Ook het spelen met haar band geeft haar veel plezier, al kost het veel energie. ‘Na een optreden ben ik helemaal gesloopt. Maar het geeft zoveel voldoening. Dus ik doe het gewoon. Dit jaar spelen we primetime op Kastanjerock in Goirle. Daar kijk ik enorm naar uit.’
Als Angelique één ding wil meegeven, is het dit: neem jezelf serieus. ‘Je voelt echt wel of er iets niet goed zit. Die onderbuik zegt het. Luister daarnaar! En laat je niet zomaar wegsturen als je klachten houdt. Blijf aan de bel trekken bij je huisarts. Of neem iemand mee om je verhaal kracht bij te zetten. Geef niet op!’
Meer lezen over het leven van een ander? Lees de verhalen van:
Helga en Anneke hebben Parkinson en kiezen voor beweging
Thea en Mark crosfitten en boksen