Die gedachte vindt haar oorsprong in het Brabantse verenigingsleven, waar Richard vanaf zijn zesde jaar deel van uitmaakt. Muziek is er niet zomaar een hobby, maar een onderdeel van het dorpsleven. ‘In een harmonie of fanfare staan advocaat, tandarts, bouwvakker en ploegbaas gewoon naast elkaar, met muziek als gedeelde taal’, vertelt Richard. ‘Zo’n vereniging is ook zichtbaar aanwezig bij momenten die ertoe doen: van Sinterklaas tot carnaval en kermis. Je doet dus niet alleen iets wat je zelf mooi vindt, je geeft ook iets terug aan de gemeenschap.’
Voor Richard werd dat principe al vroeg een rode draad in zijn leven. Op zijn veertiende maakte hij al deel uit van het bestuur van een lokale vereniging. Sindsdien zet hij zich niet alleen op lokaal niveau in om de muziekcultuur levend te houden, maar ook landelijk. Ook nu nog. Bij de stichting Taptoe is hij penningmeester en bij een koepelorganisatie voorzitter. Die jarenlange inzet bleef niet onopgemerkt: hij kreeg er zelfs een koninklijke onderscheiding voor.